Mensen zonder uitstraling

Op de hoek van mijn bureau lag een klein boekje. Ik draaide het om: Mensen zonder uitstraling van Jente Posthuma. Ik draaide het zonder blikken of blozen wederom om en ging uiterst onverstoord verder met typen. Mijn collega B – ik noem hem B omdat ik niet weet of hij Bas genoemd wil worden. Sommige mensen zijn liever incognito en wie ben ik om dat niet te respecteren – stak even later zijn hoofd om de deurpost, of is het door de deurpost? Anyway hij deed iets met de deurpost waardoor alleen zijn hoofd zichtbaar was. Op zich knap. Hij zei: ‘Ja, ik dacht: dit boek is wel wat voor jou misschien.’ Ik vroeg hem lachend of de titel soms een hint was, maar nee, dat was niet zo. Gelukkig maar.

Bijzonder debuut
Dit is de eerste roman van Posthuma, die al langer verhalen en columns schrijft. Ze won vier jaar geleden de A.L. Snijdersprijs. Kort gezegd is de hoofdpersoon een beetje zoekende in haar leven. We maken haar afwisselend mee als jong meisje en als volwassen persoon. Haar moeder is toneelspeelster en ziek. Haar vader is een karikaturaal geschetste psychiater, die iedereen met een probleem – inclusief zijn dochter – aanraadt om bezigheden schematisch in te delen. En:

Volgens hem moest je mensen nooit laten weten dat je ze doorhad. ‘Soms weten ze zelf niet dat ze een façade ophouden,’ zei hij. Zijn vragen begon hij meestal met de woorden: Zou het kunnen zijn. ‘Als het dan niet zo is kun je altijd nog terug’. Bij zijn patiënten werkte dat wel. Tegen mijn moeder zei hij soms: ‘ik merk dat je wat geagiteerd reageert. Zou het kunnen zijn dat je ergens kwaad om bent?’ ‘Nee!’, schreeuwde mijn moeder dan. ‘Dat kan niet!’

Korte hoofdstukken, korte zinnen en veel ironie. Emoties bespreekt Posthuma niet uitgebreid, maar dat is juist de kracht. Je voelt als lezer des te sterker wat niet op papier geschreven staat. Waarom het boek mensen zonder uitstraling heet? Dat zeg ik niet. Ga het maar lezen! 😉