Jij zegt het

Connie Palmen is een heftige schrijfster. Je bent een fan of je vindt haar vreselijk: door haar confronterende stijl en weinig diplomatieke optredens is geen ruimte voor neutraliteit. In scherpe analyses laat ze niets onbesproken, dood, liefde, verlies, verdoving, depressie, schaamte, …elk laagje van de ziel krijgt een stem. Filosofisch en down to earth tegelijk. Ze raakt mij, omdat ze diep gaat, elke beweging analyseert, en het leven toch altijd gewoon verder gaat. “Het was wreed, het was echt. We maakten elkaar buit. Het was zij of ik. In het verslindend geweld dat liefde heet, had ik mijn gelijke gevonden.’’

‘Jij zegt het’ is het liefdesverhaal van Ted Hughes en Sylvia Plath, verteld door de ogen van Hughes. Opvallend, en zoals een vriend  bewonderend tegen mij zei, een teken van kwaliteit, dat een schrijfster zo intiem een mannenstem kan vertolken. Het boek maakt trouwens meteen nieuwsgierig naar de andere kant: wat zou Sylvia Plath gezegd hebben? Vaak schreef Palmen over haar eigen leven, zoals in I.M.  of  in ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’, maar nu blijkt heel knap dat ze als auteur boven de eigen ervaringen uit komt.

Ondanks de zwaarte van de thema’s die Palmen aanraakt, word ik optimistisch van haar boeken. Ze geeft woorden aan complexe emotionele ervaringen, en verbindt deze met universele inzichten, die mij troosten. Niets van wat je denkt of voelt, is gek, als je haar hebt gelezen. Alles is en mag zijn. Zoals ze  schrijft: ‘Wat zich voordoet als een modern inzicht over de mens en de wereld is al duizenden jaren hetzelfde verhaal, …alleen telkens in andere vorm gegoten. Wie de mythen kent ziet ze in alle gedaanten terugkeren, de helden en lafaards, de meesters en knechten, de goden en gevallen engelen, het verraad, de vrouw als maagd, moeder en heks, de queeste naar de ultieme kennis, naar het echte zelf…’

Tot slot: natuurlijk gaat dit boek ook heel erg over kunst en succes. Kunstenaars zoals Plath en Hughes en ongetwijfeld Palmen zelf, willen erkend worden en dat betekent prijzen en opdrachten krijgen. Die populariteit eist bijna altijd zijn tol. Het boek laat ook de kwetsbaarheid van literatuur als een kunstvorm zien: het gebeurt allemaal in de hoofden van mensen. Het succes van een schrijver blijkt maar beperkt afhankelijk van zijn of haar ambachtelijke kwaliteiten. Dan heeft een schilder of beeldhouwer het vast gemakkelijker.