‘Poëzie, is zo moeilijk nie’

‘De gast vraagt of het past te gaan zitten op een stoel, alsof zo’n ding dat stoel heet net is uitgevonden’.

De dichtregel schoot me te binnen voor ik op een druilerige maandagmorgen ging zitten. Op zich kún je je afvragen waarom je hoofd dit soort dingen denkt op een ochtend met een witte kuipstoel voor je, maar goed. Aan het plafond hangen donkere lampen die mij doen denken aan spinnen. Natuurlijk geen lieve, schattige (jaja ze bestaan, komt later), maar de Tarantula’s van deze wereld. Je begrijpt dat ik in gedachten terugkeerde naar de poëzie.

‘Poëzie, is zo moeilijk nie’
Dat zingt Herman Finkers en zo kun je het bekijken, hoewel gedichten vaak samengaan met de gedachte ‘ingewikkeld’. Mijn dichtregel komt uit Het moet nog ergens liggen van Joke van Leeuwen. Ik hou van het onvatbare, uitgedrukt in taal. En met het eerste gedicht in deze bundel – ‘Binnenkomst’ – treed je werkelijk de wereld van taal binnen. Erna vind je verwondering, verontrusting en hoop over hoe het leven was, is en zal zijn. De schrijfstijl is ritmisch, lezen gaat ritmisch. In woord vat Van Leeuwen de snelheid van de huidige tijd, vanuit het standpunt van een toeschouwer die de wereld om zich heen al vertellend aanschouwt. Het rustpunt is de poëzie.

Bubo
Oké, terug naar de realiteit: spin en lief? Laatst las ik een artikel over een ontdekte soort genaamd Maratus Bubo, een pauwspinsoort. Ik zeg dat nu af en toe gewoon hardop, omdat het gewichtig klinkt: ‘oh ja, duidelijk een Maratus Bubo’. En dan een intelligente blik opzetten. Ik raad het iedereen aan. Maar goed, zie foto = toch schattig? Disney-spider. Mag bij mij in huis wonen. Nu ook nog Bubo-lampen.

Fotograaf: Jurgen Otto