De geheime tuin

Veel groen langs de paden en de kleinste vogeltjes vinden hun onderkomen tussen de struiken. Een uitgestrekt gebied ligt aan de rand van de Haagse duinen. Ik wandel er vaak.’s Nachts schijnen de vossen alom aanwezig te zijn en doen konijnen zich te goed aan de verse tulpenbollen en hyacinten. En, er woont een roodborstje dat ik op mijn pad regelmatig tegenkom. Het Engelse woord Robin vind ik mooier. ‘Robins’ fascineren me sinds ik als kind het boek De geheime tuin las van Frances Hodgson Burnett. Hoewel het nu vaak gezien wordt als kinderboek, was het bij publicatie in 1911 ook bedoeld voor volwassenen.

Geheim!
We ontmoeten het weeskind Mary, dat bij haar oom gaat wonen. Ze leert in de loop van het boek zichzelf en de ander kennen, waardoor ze verandert. Natuurlijk is er een geheime tuin, anders noem je je boek niet zo. En dus moet er wel een geheime sleutel zijn. Er is een roodborstje dat de weg wijst. Dickon, een jongen met een vosje en een raaf als vriend. De norse tuinman Ben. En de geheimzinnige Colin. Ik kan nog een tijdje doorgaan, maar wil geen spoiler-alert boven mijn blog moeten zetten … De tuin, ja die doet denken aan de schilderijen van Monet.

Bijzonder
Historische gebouwen en oudere boeken zoals deze, geven me het gevoel dat je even onderdeel mag zijn van hun leven. Ze zijn door vele handen gegaan, door vele mensen bewoond, hebben vele gedachten beziggehouden en dat zal nog lang zo doorgaan. Langer dan ik er ben, langer dan wij er zijn. Best een wonderlijk gegeven, toch? Geeft continuïteit aan het leven.

Fantasie
Ik kan niet meer door smalle straatjes in Gent en Leiden lopen, langs muren bekleed met klimop, zonder te denken aan geheime tuinen en negentiende-eeuwse huizen. Ik heb oude sleutel(s) aan de muren van mijn woonkamer hangen, die doen dromen over de deuren waar zij in passen en waar die naartoe leiden. Het heeft zijn wortels in De geheime tuin, een boek dat blijvend de fantasie prikkelt: dat is wat lezen kan doen.

Afbeelding: Claude Monet – Irises in Monet’s Garden (1900)