“Je gaat het pas zien als je het door hebt”

Hij is acht. Hij wil profvoetballer worden en als dat niet lukt kunstenaar, van beelden.

Hij is elf. Hij ziet een interview met Piet de Visser op televisie. Van zijn zakgeld koopt hij Meesterscout! De mooiste ontdekkingen van Piet de Visser van Bert Nederlof. Ik lees het hem voor. Samen smullen we van de beschrijving van de zoektocht naar fenomenale en onvergetelijke voetbaltalenten.

Hij is twaalf. Zijn eerste boekverslag op de middelbare gaat over Cruijffie: Jongensjaren van Jan Eilander. Eerder is het aan hem voorgelezen, nu leest hij zelf. Het is het geromantiseerde verhaal van Johan Cruijffs jeugd. Hij groeit op in Betondorp en beleeft veel avonturen. Op zijn tiende wordt hij lid van Ajax. Op zijn twaalfde, op de dag dat hij afscheid neemt van de lagere school, overlijdt Johan’s vader.

Veel jongens dromen ervan de beste voetballer van de wereld te worden. Bij Johan Cruijff is die droom uitgekomen.

Aan de bal van Lieneke Dijkzeul is het volgende boek dat hij kiest voor een boekverslag. Op schilderachtige en spannende wijze vertelt de schrijfster hoe jongens in een dorp in Afrika worden gescout. Ze mogen komen voetballen bij een club in de grote stad, twee dagreizen ver met de bus. Voor een trainingskamp komen ze in Nederland terecht. Een prachtig verhaal over vriendschap, talent en doorzettingsvermogen, niet alleen voor voetballiefhebbers.

De leraar Nederlands heeft lol in zijn leerling. Hij adviseert hem De Zwarte Meteoor van Tom Egbers te lezen voor zijn derde en laatste boekverslag van dit schooljaar. Een schitterend verhaal over Steve Mokone, de voetballer die in 1957 als eerste Afrikaan in Nederland komt spelen, bij Heracles in Almelo. Hij heeft daar een bijzondere tijd en wordt naar eigen zeggen behalve als voetballer ook als mens gerespecteerd.

Voetballen is heel simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen.

Johan Cruijff (1947-2016)