Zachte riten

on

‘Schafen, Schafen!’
‘Ah, kleine’.

Ik wist niet dat het Duitse woord voor schaap zo eenvoudig was. Wat het dan wel had moeten zijn? Geen idee. Ik zit in de trein naar Den Haag. Achter me Duitse toeristen. Rechts dus een weiland met ‘babyschafen’. In mijn oor Bob Dylan: Well, Shakespeare, he’s in the alley. In mijn handen Zachte riten van Marja Pruis, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.

Iedere lezer van poëzie is de lezer van zijn eigen ik. Het werk van de dichter is niet meer dan een soort optisch instrument dat hij de lezer aanreikt om hem in de gelegenheid te stellen waar te nemen wat hij zonder het gedicht waarschijnlijk nooit in zichzelf gezien zou hebben. De herkenning door de lezer van zijn eigen ik in het gedicht is het bewijs van de waarheid daarvan.

Dit las ik. Volgens mij geldt het ook voor proza, voor verhalen. Het boek staat vol met opvattingen over literatuur, omdat de Guusje poëziedocente is aan de universiteit. Dat vond ik interessant, maar ook de opbouw: verschillende verhaallijnen lopen door elkaar. Nooit heb je meteen zicht op de betekenis, ze komen om de beurt weer bovendrijven. Op zich geen nieuwe vorm van vertellen. De techniek gebruikte men al in de Middeleeuwen, bijvoorbeeld in de verhalen over koning Arthur en de ridders van de Ronde Tafel, zoals Lancelot. Best bijzonder. Anyway, het houdt de spanning in een verhaal.

Liefde, leven, sterven
Je leest de gedachten van Guusje over (mensen in) haar omgeving. Voor mij herkenbaar, die weergave van de ontelbare hoeveelheid gedachten en associaties die een mens dagelijks kan hebben. Gek genoeg denk je bijna altijd, ook al ben je je er niet altijd bewust van. Guusje denkt na over haar goede vriend Leon, die verdacht wordt van plagiaat. Over Abraham, over wie weinig te zeggen valt. Over Ellie, ernstig ziek. Over Lucas, haar broer. Grote thema’s komen aan de orde: vriendschap, liefde, leven en ja ook sterven.    

‘Hoe kan hij er het ene moment zijn en het volgende niet?’, denkt Guusje.

Ja, hoe kan iemand er het ene moment zijn en het volgende niet meer?