Altijd Augustus

on

1989. De Nederlandse vertaling van De duivelsverzen (Salman Rushdie) verschijnt. Augustus besluit het boek als onderwerp voor haar spreekbeurt te kiezen, maar weet niet waar ze moet beginnen. Zo begint Altijd Augustus van Maria Barnas, maar dit is slechts het topje van de ijsberg.

De kracht van taal
Als je verder denkt dan je leest, ontwikkelt zich in de loop van de roman een vraag naar de relatie tussen woorden, de verbeeldingskracht en de werkelijkheid. Augustus ontdekt de kracht van woorden en van de verbeelding. Ze mist haar vader en probeert zich te verhouden tot zijn vertrek door uit de realiteit te vluchten in de fantasie. Hoe verder het verhaal vordert, hoe meer de grens tussen wat is en niet is vervaagt: de werkelijkheid bestaat niet. Maar met woorden, taal en je verbeelding kun je zelf een wereld creëren. Daarbij gaat het niet alleen om de verwerkelijking van een idee, maar om het concept:

Zodra je iets bedenkt, bestaat het al.

Pak je vrijheid, je hebt hem
Op een zonnige dag, bijna een jaar geleden, zei iemand tegen me: ‘Je hebt de vrijheid, je hoeft hem alleen maar te nemen.’ Dit boek deed me hieraan denken. Soms dringt wat gezegd wordt later pas echt tot je door: niet rationeel, maar gevoelsmatig. Dan kun je er ook naar handelen. Met verhalen brengt Augustus de wereld om haar heen onder woorden, ze ontdekt de fantasie als vlucht uit de realiteit en de kracht van taal om te benoemen. Dat zorgt voor (geestelijke) vrijheid, bij Augustus en bij ons, de lezers.