Hé, ben je daar eindelijk?

on

Fuzzie. Zwierig. Zompig. Smurrie. En wat denk je van ‘zwamneus’? Woorden die in de klank hun betekenis vatten en het gevoel uitdrukken dat je erbij hebt. Als je nu denkt: ‘uh, wat?’ Ja, je moet een blog ergens beginnen en ‘fuzzie’ is ook zo’n woord. In het nieuwste gelijknamige boek van Hanna Bervoets vormen pluizige pratende bolletjes de rode draad. Zij begroeten hun eigenaar enthousiast: ‘Hé, ben je daar eindelijk?’ Zo zit je meteen in het verhaal.

Maisie, Stephan, Diek en Florence: ze zijn ongelukkig en worstelen met (liefdes)relaties. Ze krijgen allemaal een Fuzzie, die vragen stelt en zo aanzet tot nadenken, bevestiging geeft en de weg wijst in het leven.

‘Maar kleine, zeg eens dan, is liefde nou een medicijn tegen eenzaamheid of een symptoom ervan?’

Boeiend aan de roman is de vraag of een voorgeprogrammeerd object het contact met mensen kan vervangen. Het is een soort experiment: je kijkt mee over de schouders van mensen die een Fuzzie als kameraadje gaan zien. Blijkt dan dat de verhouding tot anderen niet nodig is om een identiteit te vormen, je te ontwikkelen en je bewust te zijn van wie je bent? In hoeverre kan een object in de behoeften van de mens voorzien? De personages gaan zich in de loop van het boek wel steeds meer aan hun Fuzzies hechten, hoe zit dat?

Slijmbol
Het bolletje begrijpt alles, geen probleem is te veel en het is altijd vrolijk. De Fuzzie is dus eigenlijk ook een beetje een slijmbol. En ik waarschuw maar vast: afhankelijk van je bui tijdens het lezen, zal je het bijdehante ding met z’n irritante schattige pluizige kopje soms willen laten overrijden door een auto of, in de wasmachine willen stoppen zodat-ie ophoudt met praten. Leg dan het boek even terzijde, want dat is zielig.

De hoofdpersonen manen het bolletje nu en dan ook tot stilte hoor. Vermoedelijk gewoon omdat het rake dingen zegt. Heel menselijk: je moet af en toe door de zompige smurrie kunnen zwieren als een vrolijke zwamneus (zonder Fuzzie).

Maarre …boek is wel aan te raden dus! 😉