Stem aan de stilte

Hoe schrijf ik een blog met een heel gedicht erin, zonder dat het te lang wordt? Welcome to my world. Kort lukte bijna. En bijna doet zijn betekenis eer aan, zoals je ziet. Ik zou gewoon niet meer verder lezen na het gedicht. Maar goed: wel geschreven over niet geschreven, een gedicht uit Totaal witte kamer van Gerrit Kouwenaar.   

niet geschreven

Dat je door het huis loopt
in mijn donker prevelt, je stilte inspreekt
in mij aflegt, opeet, nee
dat kan niet waar zijn, niet gezegd,
niet gehoord niet geschreven

je bent zo volledig alom afwezig, zozeer
in verhangen kleren onteeuwigd
dat je koude voeten mijn passen inhouden
op de verbruikte stilstaande treden
van de weerloze trap naar beneden:

eter kom eindelijk eten, het vlees
is je lievelingseten, het glas
vult de tijd, het brood
blijft de honger, het enige –

Hmmja … niet zo handig
G
errit Kouwenaar (een belangrijke Vijftiger) ontwikkelt in de jaren ’60 steeds meer de opvatting dat de afstand tussen taal en werkelijkheid zo klein mogelijk moet zijn. Hij wil eigenlijk dat er geen afstand is tussen de twee, dat je het beeld van de wereld om je heen oproept zonder woorden te gebruiken, want door middel van woorden creëer je iets vergankelijks. Eigenlijk is dit, wat bijvoorbeeld wel kan met muziek, niet zo’n handige opvatting voor een dichter, kun je je voorstellen. Ja, sta je dan met je pen, je woordenschat en de werkelijkheid…

Maar Kouwenaar keert het om. Het is onmogelijk door middel van woorden iets levends op te roepen, omdat het dan tijdelijk wordt, dus dient een dichter het tegenovergestelde te doen: doodmaken, want door te doden vereeuwigt hij.

(Wees gerust, niet letterlijk natuurlijk.)

Dode taal
Als levend maken gelijk staat aan het tijdelijk maken ofwel doden, kun je door ontkennende woorden te gebruiken iets scheppen, iets vereeuwigen. Zo zou je kunnen zeggen dat Kouwenaar het gedicht vereeuwigt, en de overledene (zijn vrouw) over wie hij schrijft. Maar ook en vooral zet hij de dood op papier. Juist dit maakt het gedicht voor mij zo veelzeggend. Met name in de tweede strofe vind je in de contradictie de bevestiging: in de volledige afwezigheid is iemand juist overal aanwezig. Alles in het huis wijst in een andere richting dan het leven: koude voeten die de passen van de ik inhouden, de treden zijn verbruikt en de trap leidt naar beneden. De ontkenning verwoordt een gevoel dat er is, zo geeft de dichter een stem aan de stilte.

*Zie voor de info over Kouwenaar en zijn poëtica, Anbeek, Ton: Geschiedenis van de literatuur in Nederland, 1885-1985, Amsterdam, 1999.
* Vergeer, Koen: ‘Niets rijmt op dood. In: Ons Erfdeel 46 (2003), 123-124.
*In Het uur van de wolf: een portret van Kouwenaar.