(G)een Happy End

Vorig jaar was ik een week op vakantie op een mooie plek in Portugal. In mijn koffer zat naast veel te veel andere bagage ook een lekker dik boek;  ‘Het smelt’  van Lize Spit. Aangetrokken door lovende recensies en de hoge plek op de bestseller lijst had ik het in een opwelling vlak voor vertrek aangeschaft.

Nu ben ik een groot liefhebben van verhalen met een ‘happy end’. En dan bedoel ik niet alleen de soms niet te versmaden romantische of ‘goede overwint slecht’ happy ends, maar ook de happy ends van verhalen die uitgaan van het principe dat John Lennon zo mooi formuleerde;

“Everything will be okay in the end. If it’s not okay, it’s not the end.”

Noem het naïef of hopeloos romantisch, zelf noem ik het liever hopeloos optimistisch.   Ja, er is een heleboel narigheid in de wereld. Mensen doen elkaar en sowieso alles wat leeft op aarde vaak om onbegrijpelijke redenen veel leed aan. Maar ik vertik het om daarin te blijven hangen, en leef liever vanuit het standpunt dat er altijd hoop is, dat uiteindelijk altijd alles goed komt.

En daarom viel ‘Het smelt’ mij zo tegen.

Het is goed geschreven, er zit een bepaalde spanning in het verhaal waardoor ik het helemaal heb uitgelezen. Maar gaandeweg begon ik mij steeds meer aan het verhaal te ergeren. Er gebeurt in het hele boek niets leuks, niets vrolijks, niets hoopvols. Het eindigt met een zelfmoord die wordt gepresenteerd als ultieme wraak,  maar in mijn ogen niets anders is dan een nederlaag.

Nou ja, ieder zijn ding natuurlijk, en ik kan best begrijpen dat er een heleboel mensen zijn die dit een goed boek vinden. Daarom heb ik het achtergelaten in Portugal. Ik hoop dat het ooit nog eens, door iemand die op dezelfde plek op vakantie is, wordt gelezen. En dat die persoon er dan wél van kan genieten.