Hoe vaak doe jij ‘t?

Een keer, of meer? Soms, zelden of nooit? Hoe vaak doe jij ‘t? Herlezen. Een goede vriendin antwoordde aarzelend: “ach, nee alleen films”. En een collega zei: “zelden, slechts bepaalde passages”.

Bij mij thuis werd altijd herlezen. Mijn vader hield zelfs bij hoe vaak. Op het schutblad schreef hij rechtsboven met een zacht potlood, in zijn karakteristieke mooie schuine handschrift, de maand en het jaar. Mijn moeder lachte mijn vader in het begin uit. Later deed zij dit ook.

Mijn moeder is begonnen met opruimen. In de oude werkkamer van mijn ouders staan boekenkasten vol met pockets. De rijen reiken tot aan het plafond. Zij haalt steeds voorzichtig een stapeltje eruit. Dan bekijkt ze of het nog te lezen is. Soms zegt zij spijtig: “dit is zó gedateerd”. Dan gaat het weg in een tas naar de kringloop. Als ze twijfelt, legt ze wat titels voor mij klaar. Ik ruim sinds kort ook op. De man bij de stort gooide met een worp mijn boeken in een container. Treurig staarden de titels mij aan. Dit doe ik dus nooit meer. Nu heb ik eveneens een tas voor naar de kringloop.

Afgelopen maand waren mijn dochters jarig. Mijn moeder had oude boeken ingepakt. Mooie gebonden exemplaren van mijn vader. Van toen hij zijn naam nog voluit met vulpen in een ronder jonger handschrift opschreef. Mijn oudste dochter kreeg twee werken van Herman Heijermans. Prachtig. Toepasselijk, sprookjesachtig en dromerig. En mijn jongste kreeg: “Lijmen\Het been”, van Willem Elsschot. Prima voor mijn kleine lastige lezer: het humoristische van Elschot met prachtige illustraties.

Ik had ooit alle werken van Elsschot op mijn eindexamenlijst staan.  Wist ik veel. Bleek dat mijn leraar erop afgestudeerd was. Gelukkig zat er een tweede docent bij die hoopvol vroeg, toen ik geen enkele vraag meer kon beantwoorden: “ken je nog een ander boek?”. Kon ik gelukkig alles over de Trein der Traagheid van Johan Daisne vertellen. Zelfs het plaatje van het luciferdoosje wist ik te duiden als het symbool van het Magisch Realisme. Mijn eigen docent keek met enige minachting uit het raam. Dankzij die tweede docent kreeg ik trouwens toch mooi een ruime voldoende.

Laat dit een oproep voor leraren zijn: verpest de lol van het lezen niet met stomme vragen. Laat kinderen genieten van boeken. Herlees met een gerust hart. Niet om vragen te beantwoorden. Gewoon om het gevoel weer terug te krijgen.