De Wafelfabriek

Oké, dat moment dat je hardop tegen je boek praat, roept naar de hoofdpersonen: ‘Neeee, doe het niet!’ Dan weet je dat een boek je raakt (en dat het niet handig is dit in het openbaar te doen). Ik ijsbeerde na het lezen van deze roman boos door mijn woonkamer: ‘hoe kun je dit in hemelsnaam laten gebeuren?!’, wilde ik zeggen tegen de werknemers van de wafelfabriek. En nee, ze lieten geen wafels aanbranden …

In de fabriek werkt een aantal medewerkers. Ze zien elkaar als familie. Ze zijn ogenschijnlijk tevreden met de routine. Tot Arka ten tonele verschijnt, een gespierde oud-militair. Met zijn charismatische verschijning en verhalen creëert hij vanuit de sluimerende onvrede van de werknemers een opstand door hen op manipulatieve wijze voor te spiegelen waarover zij ontevreden zouden moeten zijn. Hij zet daar een ideaal tegenover dat niet te bereiken valt. De groep accepteert Arka echter als leider die het beste met hen voorheeft en zal helpen een verbeterde situatie te bereiken. Ze deinzen hierbij zelfs niet terug om elkaar en zichzelf geweld aan te doen. En let wel, alléén voor iemand die hen verhalen op de mouw speldt én om bij de groep te horen.

Het verhaal staat symbool voor het gemak waarmee mensen te beïnvloeden zijn en welke gevaarlijke gevolgen dit kan hebben. Het laat zien hoe een groep aan de haal kan gaan met een (ingefluisterd) idee en hoe het idee het dan geleidelijk aan overneemt, een eigen leven gaat leiden. Als je de wafelfabriek ziet als decor, blijkt de relatie met de werkelijkheid maar al te duidelijk.

Dit lezen = IJsberen.