De acht bergen

on

Opgeschoten schooljochies schieten voor de motorkap langs. Zijn bruine ogen lachen: vooruit, zij mogen door rood fietsen. Spreken in stilte. Het gemak van vrienden die elkaar jaren kennen. Al snel dient een bosrijk gebied zich aan. Boomtoppen reiken tot enorme hoogtes en uitgestrektheid komt je bij de eerste stappen op het slingerende pad tegemoet. De bekende geur van natte bladeren en boomstammen: gister regende het nog.

De acht bergen van Paolo Cognetti herinnerde me aan een mooie wandeling tien jaar geleden. De roman gaat over de soms moeizame relatie tussen een zoon en zijn ouders, het leven, de dood, de liefde en een levenslange vriendschap.  

Vriendschap
Bij de interpretatie van een verhaal speelt wat je meemaakt en waar je bent een rol denk ik. Een roman kan zo verschillende betekenissen hebben afhankelijk van het moment in je leven waarop je het boek leest. Voor mij was dit keer de vrij traditionele tegenstelling tussen twee personages in De acht bergen intrigerend. Bergbewoner Bruno versus stadsjongen Pietro. Hun wegen scheiden zich na hun jeugd, maar ze pakken de draad op als Pietro’s vader – met wie hij een moeizame relatie had – overlijdt. Pietro en Bruno bouwen een hut in de bergen en zo lukt het Pietro zijn vader vanuit een ander perspectief te zien. De kijk van de twee vrienden op het leven en hun onderlinge verstandhouding verandert naarmate de tijd verstrijkt.

Vadertje tijd

Kan wat verstreken is nog een keer verstrijken volgens jou? Zie je die beek daar? Zei hij. ‘Stel nou eens dat het water de tijd is die verstrijkt. Als hier waar wij staan het heden is, waar denk je dat de toekomst is?

Een vraag die Pietro’s vader hem stelt. Het deed me denken aan de zee. Zij is tijdens een strandwandeling in je directe nabijheid, was er voor je geboren werd en zal er vermoedelijk langer zal zijn dan je leeft. In de flits van deze gedachte aan het strand vallen verleden, heden en toekomst samen tot zich een ander moment aandient. Pietro dacht iets anders las ik:

Als het punt waarin je je in de rivier onderdompelt het heden is, dacht ik, dan is het verleden het water dat langs je heen is gespoeld, dat verder stroomafwaarts gaat, waar er niets meer voor je is, terwijl de toekomst het water is dat van boven komt en dat gevaren en verrassingen met zich meebrengt.

Het kwam me voor als een vervlogen vriendschap, die van idee werkelijkheid werd, verzandde in het verleden en zal voortbestaan in herinneringen.